vrijdag 26 juli 2013

Wat kunnen we leren van Wotherspoon

Wat kunnen we leren van Wotherspoon

Jeremy Wotherspoon wil nog een keer deelnemen aan de olympische spelen en stopt op 36 jarige leeftijd als trainer en gaat als ‘sporter’ aan de slag. Iedereen fronst natuurlijk de wenkbrauwen en vraagt zich af of hij op die leeftijd nog in staat is tot een topprestatie als sprinter. Of dat gaat lukken zullen we het komende jaar ervaren.

Ik vond met name het proces dat zich afspeelde heel interessant. Jeremy was trainer bij de Kia schaatsploeg in Inzell en gaat daar nu als sporter getraind worden. Jan Bos zijn oude concurrent gaat hem coachen. Hij stopt uit de hiërarchie en gaat op in de groep. Hij weet dat als hij zich wil kwalificeren hij getraind zal moeten worden. Hij gaat vol aan de slag om zijn conditie op orde te krijgen en om de training in de praktijk tot een resultaat om te zetten. Eveneens begrijpt hij dat zijn proces gemanaged moet worden. De manager van de ploeg en de trainer ziet hij als succesfactoren voor het bereiken van zijn doelstellingen. Van ondergeschiktheid bij de sporter lijkt geen sprake.

Wat gaat er in het bedrijfsleven mis? De manager is een hiërarchische positie die ‘boven’ de anderen staat. Trainen om medewerkers tot een top prestatie te zetten ontbreken vaak. De verantwoordelijkheid van de medewerker om het geleerde tot resultaten in de praktijk om te zetten wordt nagenoeg niet onderkend.

Ongetwijfeld zijn de verschillen niet zo zwart-wit, en is de schaatsport een individuele sport waar het bedrijfsleven vaak meer een teamsport is. Toch denk ik dat we enkele zinvolle lessen kunnen leren.

Van Jeremy: hij heeft een duidelijke persoonlijke doelstelling en een coach nodig om ze te bereiken. Als hij die bereikt zal hij overladen worden met lof en zal het hem geen windeieren leggen. De omgeving ziet hij als noodzakelijk voor zijn doelstelling. Hij zal procesbesluiten bij de manager en de coach laten maar met alle besluiten die van invloed zijn op zijn doelstellingen zal hij een stem hebben.

Van de manager en de coach: de doelstelling van de sporter is hun doelstelling. Als de sporter zijn doelstellingen bereikt zullen de manager en de coach hun doelstellingen bereiken en als meerdere sporters hun doelstellingen bereiken zal het teamdoel voor de sponsor bereikt worden. Deze manager begrijpt dus volledig zijn afhankelijkheid van de sporter en zal zijn gehele management attentie inzetten om de doelstelling van de sporter te realiseren. Alleen dan zal hij de lof en de financiële vergoedingen oogsten.

Van het proces: pad uitzetten en trainen, veel trainen en meten. Trainen en trainen en dan wedstrijden rijden om de resultaten te meten en vervolgens de wedstrijden schaatsen om te kunnen kwalificeren. Te vaak zie ik in het bedrijfsleven dat iedereen geacht wordt kennis en ervaring te hebben en dat die ‘automatisch’ omgezet wordt tot resultaat.

Herken je dit proces? Er moet een offerte de deur. Hoe vaak wordt er dan niet een consultant uit het project getrokken om ‘even’ een projectcalculatie of een offertecalculatie op te stellen. Daarna wordt er nog even gevraagd of de betreffende consultant (die goed is in zijn vak) een presentatie en demo kan verzorgen. Een dag (soms twee) van te voren vraagt de sales of hij er klaar voor is. Consultant antwoord positief en de dag erna gaan ze naar de klant. Een ding is zeker op die manier  kwalificeert Jeremy zich niet voor de olympische spelen. Waarom zou het bedrijfsleven dan succesvol zijn in bovenstaande sales proces.

We kunnen dus leren dat persoonlijke doelstellingen van medewerkers moeten leiden tot de doelstellingen van de manager. Vanzelfsprekend moeten die doelstellingen wel aansluiten bij de doelstelling van een organisatie. De manager moet ervoor zorgen dat de doelstellingen van de medewerkers worden gerealiseerd. Daarbij hebben medewerkers coaches nodig om hen te begeleiden in het proces om beter te worden. Vervolgens gaan manager, coach en medewerker plannen trainen, meten, trainen en dan de wedstrijd aan.